
Een taxichauffeur in loondienst valt in België onder paritair comité 140.02. Zijn loon wordt berekend als een percentage van de recette (35% tot 36%), zijn arbeidstijd wordt apart geteld en is begrensd, en wie als zelfstandige rijdt maar onder gezag werkt, riskeert een herkwalificatie als schijnzelfstandige. Dit zijn de regels.
Laatst bijgewerkt: september 2026
Onder welk paritair comité valt een taxichauffeur?
Een taxichauffeur in loondienst valt onder paritair subcomité 140.02, bevoegd voor de werknemers en werkgevers van ondernemingen die taxidiensten organiseren. Dat comité legt bovenop de algemene arbeidswetgeving sectorale regels vast over loon, arbeidsduur, premies en verlof, samengevat in de sectorale sociale voorwaarden.
Die sectorafspraken worden onderhandeld tussen werkgevers en vakbonden en gepubliceerd als collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's). Het Sociaal Fonds voor de Taxibedrijven en de diensten VVB bundelt de geldende voorwaarden. De lonen en het gewaarborgd minimum worden meermaals per jaar geïndexeerd: op 1 juli 2026 steeg het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen voor taxichauffeurs tot 2.247,01 euro bruto, zo meldt sectorfederatie GTL. Sociaal secretariaat Synova bundelt de geïndexeerde loon- en arbeidsvoorwaarden in één overzicht.
Rijd je met eigen zelfstandige chauffeurs of met personeel? Dat onderscheid bepaalt alles wat volgt. Start je net een zaak, dan zet ons stappenplan om een taxibedrijf op te starten in België de bredere context op een rij.
Hoeveel verdient een taxichauffeur in loondienst?
Het loon van een taxichauffeur in PC 140.02 is een percentage van de recette: 36% wanneer het maximumtarief wordt toegepast en 35% wanneer dat niet zo is. Dat percentage wordt berekend op de bruto-ontvangsten vermenigvuldigd met de coëfficiënt 0,8659. Voor nachtprestaties wordt dat percentage met 20% verhoogd.
Anders dan in de meeste sectoren, waar je een vast uurloon of maandloon krijgt, wordt het loon van de rijdende taxichauffeur dus gekoppeld aan wat hij binnenbrengt. De opbouw ziet er zo uit:
- je vertrekt van de bruto-ontvangsten (de recette) van de chauffeur;
- je vermenigvuldigt die met 0,8659;
- op dat bedrag past de chauffeur 35% of 36% toe, afhankelijk van het toegepaste tarief;
- werkt hij 's nachts, dan gaat er 20% bovenop dat percentage.
Dat recette-loon mag nooit lager liggen dan het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) dat in België voor voltijdse werknemers geldt. Ligt de opbrengst een maand laag, dan vult de werkgever aan tot dat gegarandeerde minimum. Sinds 1 juli 2026 bedraagt dat minimum voor taxichauffeurs 2.247,01 euro bruto per maand (in januari 2026 was dat nog 2.167,03 euro). De exacte bedragen van het minimumloon en de barema's staan in de geïndexeerde loontabellen van PC 140.02 en worden bij elke index aangepast.
Welke premies en voordelen krijgt een taxichauffeur?
Bovenop het recette-loon voorziet PC 140.02 verschillende premies en voordelen: een anciënniteitstoeslag na drie jaar, een jaarlijkse syndicale premie tot 145 euro, ecocheques van 250 euro voor voltijdse werknemers en een afscheidspremie bij pensionering. Sinds 1 januari 2025 bouwen taxichauffeurs bovendien een sectoraal aanvullend pensioen op, beheerd door het pensioenfonds Sefoplus OFP. Ze verhogen het totale loonpakket bovenop het brutoloon.
Deze sectorale extra's gelden naast het gewone loon. De belangrijkste op een rij:
| Loonelement of voordeel | Bedrag of regel |
|---|---|
| Basisloon (rijdend personeel) | 35% of 36% van de recette (bruto-ontvangsten x 0,8659) |
| Nachtprestaties | Percentage van de recette + 20% |
| Anciënniteitstoeslag (vanaf 3 jaar) | 0,50% tot 2,50% |
| Syndicale premie | Tot 145 euro (minstens 42 effectieve werkdagen) |
| Ecocheques | 250 euro per jaar (voltijds) |
| Afscheidspremie | 53,22 euro per 5 dienstjaren (voltijds), 26,61 euro (deeltijds) |
| Aanvullend pensioen | Sectoraal tweedepijlerpensioen sinds 1 januari 2025 (Sefoplus OFP) |
De bedragen komen uit het sectoroverzicht PC 140.02 van Synova. Cijfers zoals de syndicale premie en ecocheques worden periodiek aangepast, dus toets de exacte bedragen altijd bij je sociaal secretariaat.
Hoeveel uren mag een taxichauffeur werken?
De arbeidstijd van een taxichauffeur wordt in twee lagen geteld. De diensttijd (de tijd dat de chauffeur ter beschikking staat) bedraagt minstens 5 en maximaal 11 uur per dag, met een maximum van 650 uur per 13 weken. De effectieve arbeidstijd is 76% van die diensttijd, met een maximum van 494 uur per 13 weken.
Dat onderscheid bestaat omdat een taxichauffeur veel tijd wachtend en beschikbaar doorbrengt zonder een klant aan boord. De sector rekent daarom niet elke aanwezige minuut als effectieve arbeid, maar hanteert de vaste verhouding van 76%. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur komt zo op 38 uur.
| Begrip | Regel |
|---|---|
| Diensttijd (ter beschikking van de werkgever) | Min. 5 u en max. 11 u per dag, max. 650 u per 13 weken |
| Uitzondering op de dagelijkse max. | 12 u, max. 1 keer per week of op 24 en 31 december |
| Effectieve arbeidstijd | 76% van de diensttijd, max. 494 u per 13 weken |
| Gemiddelde wekelijkse arbeidsduur | 38 uur |
| Dagelijkse rust | Minstens 11 opeenvolgende uren per 24 uur |
Deze arbeidstijdregels komen uit de sectorale sociale voorwaarden voor PC 140.02, zoals samengevat door Synova. Prestaties boven 11 uur per dag (buiten de toegelaten uitzondering) tellen als overuren met overloon.
Sinds 1 april 2026 geldt daarnaast in alle sectoren één stelsel van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar, waarvan 240 uren zonder overloontoeslag en vrij van RSZ en belasting. De chauffeur moet daar schriftelijk mee instemmen. GTL stelt daarvoor een modelovereenkomst voor de taxisector ter beschikking. De sectorale grenzen op de diensttijd blijven daarbij gewoon gelden.
Mag een taxichauffeur als zelfstandige werken?
Ja, een taxichauffeur mag als zelfstandige werken, maar enkel als er geen gezagsverhouding met een werkgever bestaat. Werkt hij in de praktijk onder gezag, dan is hij een schijnzelfstandige: iemand die sociale bijdragen als zelfstandige betaalt terwijl hij volgens de arbeidsrelatiewet een werknemer is.
Het wettelijke kader is de Programmawet (I) van 27 december 2006, artikelen 328 tot 343. Die toetst de arbeidsrelatie aan vier algemene criteria: de wil van de partijen, de vrijheid om de arbeidstijd te organiseren, de vrijheid om het werk te organiseren, en de mogelijkheid tot hiërarchische controle. De doorslaggevende vraag is of er een gezagsverhouding is.
Voor de taxisector en de verhuur van voertuigen met bestuurder (VVB) geldt bovendien een koninklijk besluit van 29 oktober 2013 met negen specifieke, sociaaleconomische criteria (zoals financieel risico, beslissingsmacht over aankoop en prijzen, of de chauffeur met een eigen voertuig rijdt, en of hij zich als onderneming naar buiten profileert). Worden meer dan de helft van die negen criteria vervuld, dan geldt een weerlegbaar vermoeden dat de chauffeur een werknemer is.
Die toets is geen theorie. De Commissie Arbeidsrelaties oordeelde in oktober 2020 dat een Uber-chauffeur minstens zeven van de negen criteria vervulde en dus werknemer was. Het Arbeidshof van Brussel bevestigde dat op 13 juni 2025: acht van de negen criteria wezen op loondienst. Uber liet weten cassatie te overwegen. Wie chauffeurs via een app of een eigen platform laat rijden zonder eigen voertuig, eigen prijszetting en eigen cliënteel, zit dus in de gevarenzone.
Voor wie via een digitaal platform werkt, kent België sinds 1 januari 2023 daarbovenop een apart weerlegbaar vermoeden van werknemerschap (artikel 337/3 van dezelfde wet). De Europese platformrichtlijn 2024/2831 verplicht de lidstaten om zo'n vermoeden uiterlijk op 2 december 2026 in hun wetgeving te verankeren. Bij het schrijven van dit artikel was het Belgische omzettingsontwerp nog niet ingediend, dus hou de berichtgeving van je sociaal secretariaat in de gaten.
Wat riskeer je bij schijnzelfstandigheid?
Oordeelt de RSZ dat een chauffeur schijnzelfstandige is, dan wordt de arbeidsrelatie geherkwalificeerd naar loondienst. De werkgever moet dan de achterstallige werkgevers- én werknemersbijdragen nabetalen, wat snel oploopt. Twijfel je vooraf, dan kan de Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie je situatie beoordelen.
Volgens de Commissie Arbeidsrelaties stopt het sociaal verzekeringsfonds bij een herkwalificatie de aansluiting als zelfstandige, en worden de chauffeur en zijn opdrachtgever ambtshalve aan de RSZ onderworpen. De nabetaling van bijdragen komt bovenop mogelijke rechtzettingen bij de fiscus. Voor een taxibedrijf is dat een reëel risico: je vermijdt het door chauffeurs die onder je gezag rijden correct als werknemer aan te geven, of door de zelfstandigheid ook echt in de feiten te respecteren (vrije uren, eigen prijszetting, eigen cliënteel).
Wie personeel tewerkstelt, laat de loonberekening, de aangiften en de sociale documenten in de praktijk over aan een sociaal secretariaat. Zo blijf je in orde met de barema's en de arbeidstijdregels van PC 140.02, ook wanneer die bij een index veranderen.
Wat veranderde er in 2026 voor taxiwerkgevers?
2026 bracht enkele federale wijzigingen die rechtstreeks op de taxisector inwerken. De belangrijkste op een rij:
- Flexi-jobs sinds 1 juli 2026. De wet van 28 juni 2026 (Belgisch Staatsblad van 2 juli 2026) stelt flexi-jobs open in alle sectoren, dus ook voor taxi- en VVB-bedrijven. Gepensioneerden en werknemers met een hoofdjob van minstens 4/5 kunnen zo als flexi-chauffeur bijrijden. Let op: een bestaande werknemer kan niet zomaar bij dezelfde werkgever overstappen naar een flexi-job. GTL waarschuwt dat daar een correcte beëindiging en een wachttijd tot het volgende kwartaal aan voorafgaan.
- 360 vrijwillige overuren sinds 1 april 2026, zoals hierboven beschreven.
- Kortere opzegtermijn bij nieuwe contracten. Voor arbeidsovereenkomsten die starten vanaf 1 augustus 2026 geldt tijdens de eerste zes maanden een opzegtermijn van één week, voor beide partijen. Zo keert de facto een proefperiode terug.
- Sectoronderhandelingen 2025-2026. De onderhandelingen tussen GTL en de vakbonden voor PC 140.02 werden in januari 2026 hervat. Zolang er geen nieuw sectorakkoord is, blijven de huidige cao-bedragen gelden, maar premies zoals de ecocheques of de syndicale premie kunnen nog wijzigen.
Hoe helpt Ridebase je ritadministratie op orde te houden?
Ridebase berekent geen lonen, maar levert wel de ritgegevens per chauffeur die je administratie onderbouwen. Elke rit wordt aan een voertuig en chauffeur gekoppeld, met tijdstippen wanneer de rit onderweg is en wanneer ze is afgerond, plus de prijs. Zo heb je per chauffeur een helder ritregister als basis voor je verdere loon- en sociale administratie.
In de chauffeursapp werken je chauffeurs hun ritten af en houdt het systeem hun activiteit bij. Die gestructureerde ritdata sluit naadloos aan op de recette-logica van PC 140.02 en op je facturatie. Wil je zien hoe dat werkt? Bekijk hoe Ridebase werkt en vraag een demo aan. Wil je vooral beter gevonden worden door klanten in je regio, zet je zaak dan gratis op onze taxi directory.
Meer over de regels waaraan je als taxibedrijf moet voldoen, lees je in ons artikel over de taxivergunning aanvragen in Vlaanderen. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch of sociaalrechtelijk advies: stem je concrete situatie altijd af met je sociaal secretariaat of de bevoegde diensten.
Veelgestelde vragen over arbeidswetgeving voor taxichauffeurs
Onder welk paritair comité valt een taxichauffeur in België?
Een taxichauffeur in loondienst valt onder paritair subcomité 140.02, bevoegd voor de werknemers en werkgevers van taxibedrijven. Dat comité legt de sectorale regels vast over loon, arbeidsduur, premies en verlof, bovenop de algemene Belgische arbeidswetgeving. Het gewaarborgd minimummaandinkomen voor taxichauffeurs steeg het laatst op 1 juli 2026, tot 2.247,01 euro bruto.
Hoe wordt het loon van een taxichauffeur berekend?
Het loon van een rijdende taxichauffeur is een percentage van de recette: 36% wanneer het maximumtarief wordt toegepast en 35% wanneer dat niet zo is, berekend op de bruto-ontvangsten vermenigvuldigd met 0,8659. Voor nachtwerk stijgt dat percentage met 20%. Het loon mag nooit onder het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen zakken.
Hoeveel uren mag een taxichauffeur per dag werken?
De diensttijd van een taxichauffeur bedraagt minstens 5 en maximaal 11 uur per dag, met een uitzondering tot 12 uur maximaal één keer per week of op 24 en 31 december. Over 13 weken geldt een maximum van 650 uur diensttijd, waarvan 76% (maximaal 494 uur) als effectieve arbeidstijd telt. Er geldt minstens 11 uur aaneengesloten rust per 24 uur.
Mag een taxichauffeur als zelfstandige werken?
Ja, maar enkel als er geen gezagsverhouding is. Werkt de chauffeur in de feiten onder gezag, dan is hij volgens de arbeidsrelatiewet (Programmawet van 27 december 2006) een schijnzelfstandige. Voor de taxi- en VVB-sector toetst een koninklijk besluit van 29 oktober 2013 negen criteria: worden er meer dan de helft vervuld, dan wordt de chauffeur vermoed werknemer te zijn. Het Arbeidshof van Brussel paste die toets in juni 2025 toe op een Uber-chauffeur en oordeelde dat hij werknemer was.
Wat gebeurt er als de RSZ schijnzelfstandigheid vaststelt?
Dan wordt de arbeidsrelatie geherkwalificeerd naar loondienst. Het sociaal verzekeringsfonds stopt de aansluiting als zelfstandige, en de chauffeur en zijn opdrachtgever worden ambtshalve aan de RSZ onderworpen. De werkgever moet de achterstallige werkgevers- en werknemersbijdragen nabetalen, wat snel hoog kan oplopen.
Mag een taxibedrijf flexi-jobbers inzetten?
Ja, sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs toegelaten in alle sectoren, ook in de taxi- en VVB-sector. De flexi-chauffeur moet gepensioneerd zijn of elders een hoofdjob van minstens 4/5 hebben, en moet uiteraard over een geldige bestuurderspas beschikken. Een bestaande werknemer kan niet meteen bij dezelfde werkgever overstappen naar een flexi-job.